voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Zijn de kosten van een arts en paramedicus aftrekbaar?

Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn aftrekbaar als zij wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan en vallen onder de limitatieve opsomming van artikel 6.17 Wet IB 2001 (bijvoorbeeld genees- en heelkundige hulp, hulpmiddelen, extra gezinshulp, dieet op voorschrift).
Genees- en heelkundige hulp omvat onder meer behandelingen door artsen en (bepaalde) paramedici, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 6.17, tiende lid, Wet IB 2001 en de Uitvoeringsregeling IB 2001.

Dit artikel ziet op de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals deze geldt per 1 januari 2025/2026.

Wat regelt artikel 6.17 Wet IB 2001?

Artikel 6.17 bevat een gesloten lijst van uitgaven die als specifieke zorgkosten aftrekbaar kunnen zijn.

Belangrijkste categorieën in lid 1 (onderdelen a tot en met i) zijn onder meer:

  • Genees- en heelkundige hulp (onderdeel a).
  • Vervoerskosten wegens ziekte of invaliditeit (onderdeel b).
  • Farmaceutische en andere hulpmiddelen, verstrekt op voorschrift van een arts (onderdeel c en d).
  • Extra gezinshulp (onderdeel f).
  • Extra kosten van een op medisch voorschrift gehouden dieet (onderdeel g).​
  • Extra uitgaven voor kleding en beddengoed (onderdeel h).
  • Eventuele overige limitatief benoemde zorguitgaven (onderdeel i).

De leden 2 tot en met 10 werken deze categorieën verder uit en stellen extra voorwaarden (zoals drempels voor gezinshulp, nadere eisen voor dieet, en de definitie van genees- en heelkundige hulp).

Wat wordt bedoeld met ‘genees- en heelkundige hulp’?

Voor de toepassing van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, wordt in lid 10 gedefinieerd wat onder genees- en heelkundige hulp valt.

Genees- en heelkundige hulp omvat:

  • Een behandeling door een arts.
  • Een behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts door een paramedicus.
  • Een behandeling door een bij ministeriële regeling aangewezen paramedicus, mits deze een verklaring afgeeft die voldoet aan de bij regeling gestelde voorwaarden.

Het vereiste “op voorschrift van een arts” houdt in dat sprake is van een daadwerkelijke verwijzing; een vrijblijvend advies volstaat niet.
“Onder begeleiding van een arts” betekent dat de arts de behandeling inhoudelijk volgt en dat er regelmatig contact is tussen arts en paramedicus over de behandeling.

Wanneer is sprake van een paramedicus in de zin van artikel 6.17?

Het begrip paramedicus is niet wettelijk gedefinieerd in de Wet IB 2001.

Uit beleid en rechtspraak volgt in de kern:

  • Een formele wettelijke definitie ontbreekt; aansluiting wordt gezocht bij de zorgpraktijk.
  • Als wordt voldaan aan de voorwaarden “op voorschrift” én “onder begeleiding van een arts”, wordt aangenomen dat het gaat om een paramedicus als bedoeld in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel b.
  • Het is geen vereiste dat de behandelaar voorkomt in de Wet BIG, zolang de behandeling feitelijk als paramedische zorg kan worden aangemerkt en aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

Welke paramedische kosten zijn zonder verwijzing aftrekbaar?

Voor bepaalde paramedische zorg geldt directe toegankelijkheid: een verwijzing door een arts is dan voor de fiscale aftrek niet vereist.

De Uitvoeringsregeling Wet IB 2001 (art. 39) wijst de volgende beroepsgroepen aan:

  • Fysiotherapeut.
  • Diëtist.
  • Ergotherapeut.
  • Logopedist.
  • Oefentherapeut.
  • Orthoptist.
  • Podotherapeut.
  • Mondhygiënist.
  • Huidtherapeut.

Voor deze aangewezen paramedici geldt: hun behandelingen kwalificeren als genees- en heelkundige hulp als aan de overige wettelijke voorwaarden is voldaan (ziekte of invaliditeit, geen vergoedingsaftrek, drempel van artikel 6.20).

Welke voorwaarden gelden voor de verklaring van de aangewezen paramedicus?

Voor de categorie “bij ministeriële regeling aangewezen paramedici” moet de paramedicus een verklaring afgeven die voldoet aan de in de regeling gestelde eisen.

Inhoudelijk moet de verklaring ten minste bevatten:

  • Naam, praktijkadres, telefoonnummer en handtekening van de paramedicus.
  • Naam, adres en burgerservicenummer van de patiënt.
  • De aandoening waarvoor de behandeling plaatsvindt (verband met ziekte of invaliditeit).
  • Het aantal behandelingen dat uit die aandoening voortvloeit.
  • De datum van afgifte van de verklaring.

Deze verklaring dient als onderbouwing dat de behandeling kwalificeert als genees- en heelkundige hulp in de zin van artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, Wet IB 2001.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.