Voor de inkomstenbelasting worden gehuwden, geregistreerde partners en bepaalde ongehuwd samenwonenden als fiscale partners aangemerkt. Bij ongehuwd samenwonenden moeten zij op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen (BRP) staan ingeschreven én aan minimaal één aanvullende voorwaarde voldoen, zoals een samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of het gezamenlijk bewonen van een woning op grond van eigendom. Het vaststellen van fiscaal partnerschap is belangrijk omdat partners bepaalde inkomens- en aftrekposten vrij mogen verdelen, en het heeft ook gevolgen voor aanverwantschap.
Waarom is het vaststellen van fiscaal partnerschap belangrijk?
De gegevens die aan het begin van de aangifte vermeld moeten worden, leiden tot het antwoord op de vraag of iemand in een jaar al dan niet een fiscale partner had. In beginsel geeft iedere fiscale partner de eigen inkomensposten aan. Sommige inkomensbestanddelen en aftrekposten mogen echter door fiscale partners naar willekeur worden verdeeld. Daarvoor is het dus van belang eerst vast te stellen wie fiscaal als elkaars partner gelden. Was iemand in 2025 het hele jaar ongehuwd en had deze ook geen huisgenoot, dan is van partnerschap geen sprake.
Wie zijn voor de inkomstenbelasting partners?
Voor de inkomstenbelasting worden de volgende personen – verplicht – als fiscale partners aangemerkt, waarbij onder een kind mede een pleegkind wordt verstaan (zie ook KG:202:2023:10):
- gehuwden, tenzij zij niet op hetzelfde adres staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en zij bovendien een formeel verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed hebben ingediend;
- geregistreerde partners;
- ongehuwd samenwonenden die op hetzelfde adres staan ingeschreven in de BRP. Zij moeten bovendien aan ten minste één van de volgende vereisten voldoen:
- zij zijn beiden meerderjarig en hebben een notarieel samenlevingscontract; of
- zij hebben samen een kind; of
- één van hen heeft een kind van de ander als eigen kind erkend; of
- ten minste één van hen is in de pensioenregeling van de ander als partner aangemeld; of
- zij bewonen samen een woning die hun anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat op grond van (economische) eigendom of op grond van een recht van lidmaatschap van een coöperatie (het hoeft geen eigen woning te zijn in fiscale zin; zie KG:202:2024:13); of
- zij zijn beiden meerderjarig en op hetzelfde adres staat een minderjarig kind van één van beiden ingeschreven. Er is echter geen fiscaal partnerschap als:
- één van beiden met een formeel huurcontract zijn of haar woonruimte op zakelijke gronden huurt van de ander, of beiden dat doen van de woning van een (en dezelfde) derde, en de belastingplichtige daarom verzoekt, op welk verzoek de inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking; of
- zij beiden op grond van een maatwerkvoorziening wonen in een opvanghuis Wmo (‘beschermd wonen’) en beiden de beschikking van de gemeente tot het treffen van een maatwerkvoorziening overleggen aan de inspecteur; of
- zij waren het voorafgaande jaar al elkaars fiscale partner. Het is daarbij niet vereist dat sprake is van een aaneengesloten periode van inschrijving op hetzelfde woonadres.
Wat betekent fiscaal partnerschap voor aanverwantschap?
Het partnerschap voor ongehuwd samenwonenden werkt door in de bepaling van aanverwantschap. De bloedverwanten van de ene partner, waaronder ook pleegkinderen zijn te verstaan, worden beschouwd als aanverwanten van de andere partner. Dat geldt ook voor voormalige partners, gelijk aan voormalig gehuwden. Van een pleegkind is sprake als een kind wordt opgevoed (opvoedeis) en onderhouden (onderhoudseis) als een eigen kind. De onderhoudseis houdt in dat een financiële band moet bestaan tussen pleegouder en pleegkind. Aan de opvoedeis is voldaan als de pleegouder ook anders dan financieel voorziet in de opvoeding van het kind.
Wanneer eindigt het fiscaal partnerschap?
Gehuwden zijn niet meer elkaars fiscale partner als zij niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven in de BRP en zij bovendien een formeel verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed hebben ingediend.
Bij geregistreerde partners zijn er twee mogelijkheden. Bij beëindiging van het partnerschap met wederzijds goedvinden, zijn zij niet meer elkaars fiscale partner als zij niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven in de BRP en zij bovendien het geregistreerd-partnerschapscontract hebben verbroken. Zolang zij dat partnerschapscontract niet hebben verbroken, blijven zij elkaars fiscale partner, ook al staan zij niet meer op hetzelfde adres in de BRP ingeschreven. Beëindigen zij het partnerschap daarentegen via de rechter, dan zijn zij naar onze mening geen fiscale partners meer als het verzoek tot beëindiging bij de rechtbank is ingediend en zij bovendien niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven in de BRP.
Ongehuwd samenwonenden zijn niet meer elkaars fiscale partner als zij niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven in de BRP.
Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.