voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Wat zijn de wijzigingen van het nieuwe kabinet rondom ZZP’ers?

De kern is dat het kabinet het verzwaar­de verduidelijkingsdeel van de Wet Vbar loslaat, maar het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een uurtarief van 38 euro zo snel mogelijk wil invoeren (beoogd vanaf 2027, gekoppeld aan het minimumloon). Tegelijkertijd bevestigt de Hoge Raad dat extern ondernemerschap volledig meetelt in de kwalificatievraag arbeidsovereenkomst/zzp, en wordt toegewerkt naar een nieuwe Zelfstandigenwet die meer voorafgaande zekerheid moet geven over wanneer iemand géén werknemer is. Het artikel ziet op de situatie en aangekondigde wetgeving per begin 2026.

Aldus de aanhef van de brief 9 april 2026 van de Minister van Werk en Participatie.

Wat wijzigt en blijft vanuit de Wet Vbar

 Schrappen verduidelijkingsdeel Vbar

Het schrappen van het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (Vbar) is, wat het kabinet betreft, een belangrijke stap naar meer rust op de markt. De onzekerheid en kritiek over de criteria uit het verduidelijkingsonderdeel, die als een verzwaring werden ervaren ten opzichte van de huidige wet- en regelgeving, is daarmee weggenomen. En daarmee hopelijk ook de voorzichtigheid en terughoudendheid

van opdrachtgevers om zelfstandig werkenden in te huren, terwijl dit prima binnen de huidige wettelijke kaders mogelijk is. Het huidige toetsingskader, op basis van de meest recente jurisprudentie, zal dan ook door het ministerie van SZW gepubliceerd worden op hetjuistecontract.nl om de duidelijkheid daarover verder te vergroten.

Door met rechtsvermoeden op grond van uurtarief

Tegelijkertijd gaat het kabinet met hoog tempo door met het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een uurtarief van 38 euro. Werkenden die onder dat tarief werken en menen recht te hebben op een arbeidsovereenkomst, krijgen hierdoor een betere rechtspositie. Ook kan dit helpen bij het tegengaan van schijnzelfstandigheid onder een meer kwetsbare groep.

Extern ondernemerschap telt volledig mee

Op 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op prejudiciële vragen van het Gerechtshof Amsterdam over de rol van extern ondernemerschap bij het kwalificeren van de arbeidsrelatie. In dat antwoord staat dat bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst geen rangorde geldt tussen de mee te wegen omstandigheden, waaronder ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie (‘extern ondernemerschap’). Oftewel, het extern ondernemerschap is één van de gezichtspunten die holistisch dient te worden meegewogen met de andere acht gezichtspunten.

Actualisatie webmodule en leidraad

Het kabinet benadrukt dat de uitvoering het extern ondernemerschap, conform jurisprudentie, meeneemt in de beoordeling van arbeidsrelaties. De webmodule beoordeling arbeidsrelatie zal worden aangepast door de rol van extern ondernemerschap duidelijk te benoemen bij de startpagina. Juist omdat dit gezichtspunt als enige buiten de arbeidsrelatie zelf ligt, terwijl de webmodule zich met name richt op de gezichtspunten binnen een specifieke arbeidsrelatie. Tot slot wil het kabinet de leidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt herzien op basis van de meest recente jurisprudentie. Deze jurisprudentie wordt reeds toegepast door de uitvoeringsorganisaties. Op korte termijn zal dit ook tot uitdrukking worden gebracht in het – op de websites van de Belastingdienst en hetjuistecontract.nl – te publiceren beslis- en afwegingskader.

Gedrag ZZP’ers

Voor zzp’ers is het relevant om zich te gedragen als ondernemer – ook buiten de arbeidsrelatie – en de opdrachtgever hierover te informeren als dit voor de beoordeling nodig is. De huidige complexiteit in de beoordeling van arbeidsrelaties is voor het kabinet een aanmoediging om aan de slag te gaan met verduidelijkende en eenvoudigere wetgeving voor zelfstandigen, en opdrachtgevers en de uitvoering.

Naar een nieuwe Zelfstandigenwet

Het kabinet wil zo snel mogelijk aan de slag met een Zelfstandigenwet, zodat zelfstandigen de erkenning krijgen die ze verdienen. Hiermee neemt het kabinet de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel vanuit verschillende fracties (VVD, D66, CDA en SGP) uit de Tweede Kamer als leidraad. Het doel is om ervoor te zorgen dat zelfstandigen en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid hebben wanneer iemand geen werknemer is en dus als zzp’er kan worden ingehuurd, en tegelijkertijd vast te leggen welke verantwoordelijkheden bij die zelfstandige horen. Op die manier blijft het kabinet aan de slag met verduidelijking en zet het de zelfstandige centraal.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.