Het Kerstarrest van 24 december 2021 heeft diepe sporen nagelaten. Volgens de Hoge Raad moet inkomen in box 3 zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten in plaats van de door de wetgever gehanteerde forfaitaire rendementen. De wetgever heeft op 17 september 2024 aangegeven te komen met de Wet Rechtsherstel, om belastingplichtigen over de jaren 2017 tot en met 2023 de kans te geven aan te tonen dat hun werkelijke rendement in die jaren lager was dan het rendement volgens de wetgeving in die jaren. Daarbij zijn een aantal spelregels vastgesteld.
Een aantal belastingplichtigen heeft in het verleden al bezwaar gemaakt tegen opgelegde definitieve aanslagen. Een groot aantal heeft dat niet gedaan, omdat zij op basis van de toenmalige jurisprudentie de kans op succes gering achtten.
Wat zijn de regels voor herstel van oude aanslagen?
De regels voor de oude jaren volgens de Wet Rechtsherstel zijn de volgende:
- Voor de jaren 2017 en 2018 is het niet meer mogelijk een verzoek om ambtshalve vermindering in te dienen. Als voor deze jaren is deelgenomen aan de massaal bezwaarprocedure, of tijdig verzoeken zijn ingediend voor een ambtshalve vermindering, kan worden deelgenomen aan de tegenbewijsregeling.
- Voor het jaar 2019 kon nog tot einde 2024 een verzoek om ambtshalve vermindering worden gedaan, mits de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond.
- Voor het jaar 2020 kan nog tot einde 2025 een verzoek om ambtshalve vermindering worden gedaan, mits de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond.
- Voor de jaren 2021 tot en met 2024 is het invullen van het formulier “Opgaaf werkelijk rendement” voldoende.
Wat zijn de massaal bezwaar plus-procedures?
Veel belastingplichtigen die niet tijdig bezwaar hadden gemaakt hebben via een aantal standsorganisaties procedures gevoerd die bij de Hoge Raad terecht zijn gekomen. Dit zijn de zogenoemde “massaal bezwaar plus”-procedures. Voordat de Hoge Raad tot een uitspraak komt, volgt eerst een advies van de Advocaat-Generaal (AG). In veel gevallen volgt de Hoge Raad het advies van de AG. In de eerste zaak is inmiddels een advies door de AG verstrekt.
Wat adviseert de AG over box 3-herstel voor de jaren 2017–2020?
Volgens de AG blijft het uitgangspunt gelden dat de aanslagen onherroepelijk vaststaan, omdat de belastingplichtige geen tijdig bezwaar heeft gemaakt. De nieuwe-jurisprudentie-uitzondering van artikel 45aa Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 staat dan in de weg aan ambtshalve vermindering. De minister heeft niet aangegeven dat het Kerstarrest als nieuwe jurisprudentie kan worden aangemerkt en dat kan worden afgeweken van de in artikel 45aa genoemde uitzonderingsregeling. Dat de zaak politiek en maatschappelijk gevoelig ligt, maakt dit juridisch niet anders. Ook de vergelijking met belastingplichtigen die wél bezwaar maakten gaat volgens de AG niet op, omdat zij procedureel in een andere positie zitten. De AG geeft de Hoge Raad daarom in overweging het cassatieberoep ongegrond te verklaren.
Noot: het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.