voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Wat moet je weten als je de auto van de BV naar privé overzet?

Voor een DGA kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om een auto van de zaak na een paar jaar privé over te nemen. Hieronder de belangrijkste aandachtspunten rond de overdrachtswaarde, de kilometervergoeding en de btw.

Auto van de BV naar privé
Het kan voor een DGA fiscaal aantrekkelijk zijn om een personenauto die een of twee jaar lang auto van de zaak is geweest, in plaats van de bijtelling te blijven betalen, privé te kopen en vervolgens kilometers te declareren voor de zakelijke ritten, inclusief woon-werkverkeer. Door de hoge afschrijving in de eerste jaren blijven de kosten van de overdracht beperkt. Om de gedachten te bepalen: de BPM-afschrijving voor 24 maanden bedraagt circa 47%.

Voor welke waarde moet de auto aan privé worden verkocht?
Zo’n auto kan tegen de relatief lage tweedehandswaarde overgaan naar privé. Men kan uitgaan van de inkoopprijs van handelaren, of de voor de BPM gebruikte afschrijving als uitgangspunt nemen. Dit ligt in de buurt van de prijs bij handelaren en geeft een goede indicatie van de waardevermindering. Door deze tabel te gebruiken, bespaart men zich de moeite van het navragen bij handelaren of het zoeken op internet. Het eventuele boekverlies voor de BV is aftrekbaar.

De auto is dan privé, en nu?
In het geval van een privéauto kan € 0,25 per zakelijk gereden kilometer belastingvrij worden vergoed. Hiervoor is wel een sluitende kilometerregistratie nodig. De € 0,25-vergoeding kan ook voor de woon-werkkilometers worden gegeven. De DGA moet bereid zijn de nodige minimale administratieve handelingen te verrichten.

Hoe zit dat dan met de btw?
Bij de overstap naar privé voor de reële waarde moet de BV btw afdragen over die waarde. Stel dat de zakelijke prijs inclusief btw en BPM € 20.000 bedraagt en de rest-BPM € 4.000. Dan is 21/121 × € 16.000 (ongeveer € 2.777) aan btw verschuldigd.


Aangezien de btw niet het begrip “zakelijke prijs” kent, maar uitgaat van de niet-symbolische vergoeding, is het mogelijk om voor btw-doeleinden een lagere prijs te hanteren en over die lagere prijs btw af te dragen. Te denken valt aan de rest-BPM plus een opslag. Als opslag wordt meestal € 2.500 gehanteerd. Veiligheidshalve zou je kunnen uitgaan van het hoogste bedrag van € 2.500 en 10% van de marktwaarde. Bij € 2.500 is ter zake van de verkoop aan privé € 434 btw verschuldigd (21/121 × € 2.500).
De btw-behandeling sluit aan bij de gedachte dat de feitelijke vergoeding leidend kan zijn, terwijl de rest-BPM buiten de btw-grondslag valt.
Dit kan overkomen als een besparingstruc, maar is niettemin in lijn met de systematiek van de Wet OB 1968, die door de rechter meerdere malen is bevestigd. De Belastingdienst zal echter deze “truc” proberen te bestrijden.


Het is niet aan te bevelen om de overdrachtswaarde op een symbolisch bedrag te zetten. Dit kan aanleiding geven tot het vaststellen door de Belastingdienst van een verkapt dividend.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.