Dividendstrippen is het tijdelijk verschuiven van het juridische eigendom van aandelen rond een dividenduitkering, terwijl het economische belang bij een andere partij blijft. De “ontvanger” van het dividend op papier is dus niet degene die het economische risico en rendement draagt. Het doel is meestal om dividendbelasting te verminderen, verrekenen of terug te vragen via een partij met een gunstigere fiscale positie. Sinds 1 januari 2024 geldt dat degene die een tegemoetkoming in de dividendbelasting claimt, bij betwisting aannemelijk moet maken dat hij de uiteindelijk gerechtigde tot het dividend is. Dit artikel ziet op Nederlandse wetgeving per 1 januari 2024 en latere verduidelijkingen in rechtspraak tot en met 2025.
Waarom wordt aan dividendstrippen gedaan?
Het kernmotief is fiscaal voordeel behalen uit de dividendbelasting.
Belangrijke elementen:
- Verlaging van de effectieve dividendbelastingdruk via lagere bronheffing of ruimere verrekeningsrechten.
- Verplaatsing van het formele dividendrecht naar een partij met teruggaaf- of vrijstellingsmogelijkheden (bijvoorbeeld verdragsresidentie, vrijstellingsregime).
- Contractuele vormgeving (prijsafspraken, vergoedingen, derivaten) zodat het economische resultaat bij de oorspronkelijke aandeelhouder blijft.
In de praktijk wisselen aandelen vaak kort vóór de dividend- of record date van eigenaar, met een (nagenoeg) gelijktijdige of voorgeprogrammeerde terugdraaiing van de economische positie.
Welke vormen van dividendstrippen komen klassiek voor?
Onderstaand overzicht sluit aan bij de klassieke categorieën die ook in fiscale literatuur en toezichtdocumenten worden genoemd.
- Aandelenuitleen (securities lending): tijdelijke uitlening van aandelen aan een partij met betere verreken- of teruggaafmogelijkheden, terwijl de uitlener economisch belang behoudt via vergoedingen en terugleverplicht.
- Repo’s (sale and repurchase): verkoop van aandelen met gelijktijdige terugkoopafspraak, waardoor juridisch eigendom rond de dividenddatum verschuift, maar het economische effect vrijwel gelijk blijft.
- Long/short-constructies: combinaties van derivaten en posities (bijvoorbeeld long in aandelen, short in futures/opties) die koers- en dividendeffecten neutraliseren, terwijl juridisch eigendom strategisch verschuift.
In alle varianten is de rode draad dat juridisch dividendrecht en economisch belang tijdelijk uit elkaar worden getrokken om een belastingvoordeel te realiseren.
Hoe kijkt de fiscus en de Hoge Raad aan tegen dividendstrippen?
De wet kent specifieke antimisbruikbepalingen tegen dividendstripping in onder meer de Wet Vpb en de Wet DB. De Hoge Raad omschrijft dividendstripping als het overdragen van het recht op dividend aan een ander met een gunstiger recht op teruggaaf, vermindering of verrekening van dividendbelasting, terwijl de oorspronkelijke aandeelhouder het economische belang behoudt.
Belangrijke uitgangspunten:
- In beginsel is de opbrengstgerechtigde ook de uiteindelijk gerechtigde, mits hij vrijelijk over het dividend kan beschikken en niet als zaakwaarnemer of lasthebber optreedt.
- De wettelijke dividendstrippingsregels vormen een uitputtende maatregel voor evidente gevallen; buiten die kaders is terughoudend ruimte voor uitbreiding door de rechter.
- De inspecteur kan een samenstel van transacties aanmerken als dividendstrippen als het wezenlijk is ingericht rond dividendmomenten en leidt tot verplaatsing van het dividendrecht zonder verplaatsing van het economische belang.
Sinds eind 2023 is het toezicht op dividendstripping bovendien geïntensiveerd en zijn meerdere procedures opgestart.
Wat is er per 1 januari 2024 veranderd in de bewijslast en systematiek?
Per 1 januari 2024 zijn de wettelijke maatregelen tegen dividendstripping aangescherpt, met name ten aanzien van de bewijslast en enkele technische definities.
Kernpunten:
- Degene die een tegemoetkoming in de dividendbelasting claimt (vermindering, verrekening, teruggaaf of inhoudingsvrijstelling) moet, bij betwisting, aannemelijk maken dat hij de uiteindelijk gerechtigde tot het dividend is.
- De eerdere, zwaardere bewijslast voor de inspecteur is hiermee verlicht: de wetgever wilde de positie van de Belastingdienst verbeteren in de bestrijding van dividendstripping.
- Er is een wettelijke verankering gekomen van begrippen als registratiedatum en een aangescherpte omschrijving van het “samenstel van transacties”, vooral om concerninterne misbruiksituaties beter te kunnen aanpakken.
Dit betekent dat partijen die rond de dividenddatum met aandelen schuiven en vervolgens vermindering, verrekening of teruggaaf claimen, dossiermatig goed moeten kunnen onderbouwen dat zij zowel opbrengstgerechtigde als uiteindelijk gerechtigde zijn.
Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.