Bij het overlijden van de eerststervende ouder ontstaat vaak een erfrechtelijke schuld aan de kinderen, die voor de inkomstenbelasting is gedefiscaliseerd. De langstlevende ouder mag deze schuld vervroegd (deels) aflossen. Dat kan aantrekkelijk zijn om het box 3-vermogen van de ouder te verlagen met het oog op de eigen bijdrage Wet langdurige zorg (Wlz), al moet dan wel goed worden gekeken naar de gevolgen voor het vermogen van de kinderen en naar de timing, omdat het CAK rekent met gegevens van twee jaar eerder.
Wat is een erfrechtelijke schuld?
Bij het overlijden van de eerststervende ouder ontstaat veelal een schuld aan de kinderen. Dergelijke schulden/vorderingen zijn gedefiscaliseerd voor box 3 (art. 5.4 Wet IB 2001). De kinderen nemen geen vordering op en de overblijvende ouder neemt geen schuld op in de aangiften inkomstenbelasting. Om kinderen al eerder de beschikking over dit vermogen te geven, kan de langstlevende de schuld al eerder geheel of gedeeltelijk aflossen. Men is daar vrij in.
Hoe zit het met rente op de erfrechtelijke schuld?
Als er op de schuld een rente van 6% is overeengekomen, kan zonder problemen het nominale bedrag worden afgelost. Gesteld zou kunnen worden dat de marktwaarde van de schuld door die hoge rente hoger is dan de nominale waarde (net zoals bij obligaties met een hoge rente). Ervan uitgaande dat de debiteur altijd eerder kan aflossen, is de waarde in het economische verkeer van de schuld echter nooit hoger dan de nominale waarde. Het kan ook zijn dat de onderhavige schuld renteloos is. Om een onbedoelde gift te voorkomen, moet de aflossing van een renteloze schuld plaatsvinden tegen de contante waarde en niet tegen de nominale waarde.
Wat betekent dit voor het vermogen en de eigen bijdrage Wlz?
Ook kan worden overwogen om het box 3-vermogen van de langstlevende te verlagen met het oog op de eigen bijdrage Wet langdurige zorg. Bekijk welke gevolgen de vroegtijdige aflossing heeft voor de box 3-positie van de ouder en van de kinderen. Door af te lossen verdwijnt het geld van de bank en wordt het vermogen voor de forfaitaire box 3-berekening lager. Doch bij de kinderen kan dit betekenen dat hun vermogen voor de berekening van box 3 stijgt.
De Wet langdurige zorg (Wlz) voorziet in een eigen bijdrage van de verpleegde. De eigen bijdrage bij opname in een verpleeghuis is afhankelijk van de samenstelling van het huishouden, de huwelijkse staat, het box 3-vermogen en het verzamelinkomen. Er geldt geen vermogenstoets, maar mensen met box 3-vermogen betalen een hogere eigen bijdrage voor de Wlz en de Wmo. Er wordt een deel van het box 3-vermogen bij het bijdrageplichtige inkomen geteld, naast het belastbare box 3-inkomen dat al in het verzamelinkomen zit. Het verzamelinkomen is het inkomen in box 1 (pensioen en AOW) en box 3. Verlaging van het verzamelinkomen betekent dus een lagere bijdrage voor de Wlz en de Wmo.
Hoe kan het box 3-vermogen nog meer worden verlaagd?
Een mogelijkheid om een lager box 3-vermogen te realiseren, is het doen van schenkingen. Als men een schenking op papier doet, moet men er rekening mee houden dat er jaarlijks daadwerkelijk 6% aan rente moet worden betaald. Dit laatste is van belang om na te gaan.
Op welk moment telt het vermogen mee voor de Wlz-bijdrage?
Omdat voor de hoogte van de eigen bijdrage naar de inkomens- en vermogensgegevens van twee jaar eerder wordt gekeken, heeft het in 2026 aflossen of schenken pas effect in 2029. Door in 2026 te schenken, wordt het box 3-vermogen op peildatum 1 januari 2027 verlaagd. Het inkomen in 2026 is bepalend voor de eigen bijdrage CAK in 2028.
Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.