Holdings die zich uitsluitend bezighouden met het houden van aandelen en bijbehorende activiteiten, zoals het ontvangen en doorschuiven van dividenden, worden niet als btw-ondernemer aangemerkt. Deze activiteiten gelden namelijk niet als een economische activiteit. Dit is vastgesteld door het Europese Hof van Justitie. Zelfs als een holding zich rechtstreeks of indirect bemoeit met het bestuur van een deelneming, is er in beginsel nog steeds geen sprake van een economische activiteit.
Wanneer is er wél sprake van een economische activiteit?
Er is wél sprake van een economische activiteit wanneer de holding btw-belaste prestaties verricht aan haar dochteronderneming, zoals administratieve, financiële, commerciële of technische diensten. Dit wordt in de praktijk “moeien” genoemd. De exacte invulling van dit begrip is nog niet volledig uitgekristalliseerd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Wel is duidelijk dat hieronder in ieder geval valt het zich bemoeien met het beleid van de deelneming.
Aftrek van voorbelasting door de holding
Is er geen sprake van btw-ondernemerschap, dan is de voorbelasting op kosten niet aftrekbaar. Is er wél sprake van een moeiende holding, dan bestaat recht op aftrek van voorbelasting. De holding brengt in dat geval ook btw in rekening over de activiteiten die aan de deelneming worden doorbelast.
Fiscale eenheid met een tussenholding
Een zuivere (niet-moeiende) tussenholding is geen btw-ondernemer en kan daardoor in principe geen deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. In sommige situaties kan een zuivere holding echter tóch worden toegevoegd, namelijk als zij binnen het concern een sturende en beleidsbepalende functie vervult ten dienste van de werkmaatschappijen.
Een moeiende tussenholding kan zonder meer worden opgenomen in de fiscale eenheid, mits voldaan is aan de drie gebruikelijke eisen: financiële, organisatorische én economische verbondenheid.
Noot: dit antwoord is gebaseerd op de wetgeving en jurisprudentie zoals bekend op de aangegeven datum.