voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Wanneer heeft mijn BV een LEI‑nummer nodig in 2026?

Een Nederlandse BV heeft een LEI‑nummer nodig zodra zij als rechtspersoon belegt in beursgenoteerde effecten of derivaten via een bank of broker. Dit volgt uit Europese regels (o.a. MiFID II en EMIR) op grond waarvan banken transacties én vaak ook posities van rechtspersonen alleen mogen rapporteren met een geldige LEI. Het artikel ziet op de situatie en wetgeving per 2026.

Wanneer is een LEI verplicht?

De kern: een LEI is nodig zodra de BV daadwerkelijk effecten aanhoudt of transacties uitvoert via een beleggingsrekening.

Belangrijkste gevallen:

  • BV geeft zelf aan‑ of verkooporders door (zelf handelend of via vermogensbeheer).
  • BV belegt in aandelen, obligaties, ETF’s, opties of andere derivaten via een bank/broker.
  • De bank of vermogensbeheerder moet transacties en posities van de BV aan de AFM rapporteren met LEI.

Zonder actieve LEI mogen beleggingsondernemingen sinds 2018 in principe geen transacties meer uitvoeren voor een klant die een rechtspersoon is.

Geldt dit ook bij alleen aanhouden van effecten?

In de praktijk eisen veel banken een LEI zodra de BV überhaupt beursgenoteerde effecten aanhoudt.

Kernpunten:

  • Rapportageverplichtingen zien op transacties én (in veel gevallen) posities in financiële instrumenten.
  • Banken en vermogensbeheerders hebben vaak beleid: geen zakelijke effectenrekening zonder (actieve) LEI.
  • Ook als de BV niet vaak handelt, kan een LEI verplicht zijn om de bestaande portefeuille te administreren en rapporteren.

In twijfelgevallen is het beleid van de bank/vermogensbeheerder doorslaggevend; zij geven meestal expliciet aan of voor de gekozen beleggingsvorm een LEI vereist is.

Wanneer kan een LEI achterwege blijven?

Er zijn situaties waarin een LEI niet nodig is, maar dat blijft altijd afhankelijk van het product en de instelling.

In de praktijk:

  • Geen LEI nodig als de BV helemaal niet belegt in effecten of derivaten.
  • Sommige spaar‑ of deposito‑producten zonder beursgenoteerde effecten vallen buiten het LEI‑regime.
  • Banken kunnen bepaalde beleggingsvormen voor rechtspersonen slechts aanbieden onder voorwaarde van een LEI, ook als de wet dat strikt genomen niet altijd vereist.

Controleer daarom altijd vooraf bij de eigen bank of vermogensbeheerder of de gekozen rekening of beleggingsvorm voor de BV een LEI vergt.

Praktische punten: aanvraag, kosten en geldigheid

De LEI voor Nederlandse rechtspersonen kan rechtstreeks bij de Kamer van Koophandel worden aangevraagd.

Belangrijk:

  • Uitgifte in Nederland via de KVK als lokale uitgevende instantie (LOU).​
  • Kosten KVK 2026: aanvraag circa 80 euro, jaarlijkse verlenging circa 49,20 euro (btw‑vrij).​
  • Een LEI is één jaar geldig en moet actief worden verlengd om transacties te kunnen blijven doen.
  • Commerciële aanbieders rekenen vergelijkbare of lagere tarieven, vaak met meerjarige pakketten.

Voor de vennootschapsbelasting zijn aanvraag‑ en verlengingskosten aan te merken als aftrekbare bedrijfskosten van de BV.

Fiscale aandachtspunten rond beleggen in de BV

Vanuit fiscaal perspectief is het belangrijk eerst na te denken over de gewenste beleggingsstructuur.

Aandachtspunten:

  • Bepaal of de BV structureel gaat beleggen (en dus structureel LEI‑ en bankkosten maakt).
  • Overweeg of beleggen beter past bij de aandeelhouder privé (box 2/box 3) of in een aparte beleggings‑BV.
  • Een aparte beleggings‑BV kan helpen om beleggingsrisico’s en operationele risico’s van de werk‑BV te scheiden.
  • Houd rekening met de deelnemingsvrijstelling, box 2‑heffing en de Vpb‑positie van de BV‑structuur als geheel.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.