De fiscale oudedagsreserve (FOR) is afgeschaft, maar bestaande reserves moeten nog volgens de oude regels worden afgewikkeld. Afstorten in banksparen is daarbij vaak de aantrekkelijkste route. Hieronder de belangrijkste aandachtspunten.
Stand van de FOR
De FOR is met ingang van 1-1-2023 afgeschaft. Opgebouwde reserves moeten volgens de oude regels worden afgewikkeld. De FOR kan te allen tijde fiscaal neutraal in banksparen worden omgezet. Zo haalt de ondernemer dit vermogen uit de risicosfeer en stelt hij een deel van zijn oudedagsvoorziening veilig. Uiteraard is voor deze route voldoende liquiditeit in de zaak of privé een vereiste. Het niet meer kunnen doteren aan de FOR zou een goede aanleiding kunnen zijn het afstorten aan de orde te stellen.
Hoe werkt het afstorten van de FOR in fiscaal opzicht?
Het afstorten van de FOR gaat fiscaaltechnisch als volgt in zijn werk. De vrijval wordt bij de winst geteld (art. 3.70 lid 1 onderdeel a Wet IB 2001). Op deze winst is de MKB-winstvrijstelling van toepassing. De betaalde koopsom voor banksparen vormt een aftrekpost in de categorie uitgaven voor inkomensvoorzieningen (art. 3.128 Wet IB 2001). Per saldo is sprake van een aftrekpost ter grootte van de MKB-winstvrijstelling. Hierdoor levert het afstorten van, zeg, € 50.000 in 2026 een besparing op van 12,7% x 37,56% x € 50.000 = € 2.385, waarbij de aftrek voor iemand in de hoogste schijf is afgetopt op het maximale percentage van 37,56%. Het afstorten van de FOR kan ook uit het privévermogen worden gefinancierd, bijvoorbeeld uit een ontvangen schenking of erfenis.
Moment van afstorten en fiscale aftrek?
Bij afstorten vóór 1 juli 2026 kan de aftrekpost worden opgevoerd in de aangifte van 2025 in plaats van in 2026. Bij niet-afstorting in banksparen moet uiterlijk bij staking over de FOR worden afgerekend (tarief box 1). Er dienen daarvoor dan voldoende liquiditeiten aanwezig te zijn. In plaats van afstorting in banksparen kan een lijfrente worden bedongen bij de bedrijfsopvolger. Dat kan een kind zijn, een derde of de eigen BV. In die gevallen kan echter geen bancaire lijfrente worden gebruikt.
Omzetting bij staking van de onderneming
Omzetting van de FOR in banksparen bij staking van de onderneming is doorgaans de aantrekkelijkste route. De meeste ondernemers hebben na de staking weinig inkomen in box 1, waardoor het IB-tarief op de lijfrente-uitkeringen veel lager zal zijn dan het IB-tarief dat op de stakingswinst van toepassing is. Bovendien spaart men op het lijfrentekapitaal de vermogensrendementsheffing (box 3) uit. Houd wel rekening met premieheffing Zvw over de lijfrente-uitkeringen.
Overige aandachtspunten
Door het benutten van de lijfrentepremieaftrek (ten laste van de FOR) wordt het vermogen buiten de risicosfeer van de onderneming gebracht. Bankspaarcontracten bevatten standaard een afkoop- en verpandingsverbod. Een gerichte lijfrenteverzekering is bij faillissement volledig beschermd en kan niet worden afgekocht of uitgewonnen (art. 7:986 lid 4 BW). Lijfrentespaarrekeningen waarvoor de inleg fiscaal aftrekbaar is, vallen buiten het faillissement (art. 21 Fw). Dit betekent dat de curator zich hierop niet kan verhalen. Het afkoopverbod geldt ook bij schuldsanering (art. 295 lid 6 Fw — check dit artikelnummer nog even, ik kon dit niet zelfstandig bevestigen).
Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.