voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Kunnen er lijfrentestortingen worden gedaan bij al lopende pensioenuitkeringen?

Ja, een lijfrentestorting is in beginsel nog mogelijk, ook als er al pensioenuitkeringen lopen (werkgeverspensioen en/of AOW) – mits er nog jaar- en/of reserveringsruimte is en de wettelijke uiterste termijn niet is verstreken.

Wanneer kan er nog gestort worden?

Aftrek is alleen mogelijk bij een pensioentekort, gemeten via de jaarruimte en/of reserveringsruimte; lopende pensioenuitkeringen sluiten dit niet automatisch uit. De premiegrondslag bestaat uit winst uit onderneming, belastbaar loon, resultaat overige werkzaamheden én belastbare periodieke uitkeringen (dus ook een lopende pensioen- of lijfrente-uitkering telt hierin mee). Dit alles wordt verminderd met de AOW-franchise van € 19.172 (2026) en is gemaximeerd op € 137.800.

Sinds de Wet toekomst pensioenen (2023) mag ook ná het bereiken van de AOW-leeftijd nog lijfrentepremie worden afgetrokken, tot en met het vijfde jaar na het jaar waarin de AOW-leeftijd (67 jaar in 2026) is bereikt. Vroeger stopte de aftrekmogelijkheid al bij de AOW-leeftijd zelf. Ook onbenutte jaarruimte van de afgelopen 10 jaar kan alsnog worden gebruikt als reserveringsruimte, in 2026 maximaal € 42.753.

Wat levert de belastingbesparing bij storting op?

De storting is aftrekbaar tegen het marginale box 1-tarief van dat jaar: 35,75% (tot € 38.883), 37,56% (tot € 78.426) of 49,50% (daarboven). Dit is van toepassing voor degene die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. Voor degene die de AOW-leeftijd al heeft bereikt, is dit ongeveer 17,8%–17,9% in de eerste schijf, plus 37,56%/49,50% in de schijven daarboven. Het feitelijke voordeel hangt dus af van in welke schijf het totale box 1-inkomen (pensioen + eventuele andere inkomsten) in het stortingsjaar valt. Bij een hoog inkomen kan de aftrek tegen 49,50% lopen.

Hoe wordt de latere lijfrente-uitkering belast?

De uitkeringen zijn volledig belast als box 1-inkomen tegen het dan geldende progressieve tarief. Is de AOW-leeftijd bij uitkering al bereikt, dan geldt voor de eerste schijf het verlaagde gecombineerde tarief van ongeveer 17,8%–17,9% in plaats van 35,75% – dit levert het klassieke tariefsvoordeel op. Mogelijk aftrek tegen (tot) 49,50%, belast tegen (vanaf) ongeveer 17,8%.

Daarnaast is over de uitkering de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (IAB-Zvw) van 4,85% (2026) verschuldigd, tot een maximuminkomen van € 79.409. De uitkering moet uiterlijk vijf jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd ingaan. Bij een oudedagslijfrente via de bank geldt bovendien een minimale uitkeringsduur tot 20 jaar na de AOW-leeftijd.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.