voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Hoe wordt een vakantiewoning belast in de inkomstenbelasting?

Een vakantie- of recreatiewoning die niet het hoofdverblijf is, valt op dit moment in box 3 onder “overige bezittingen” en wordt belast tegen een forfaitair rendement van 6%, waarover 36% inkomstenbelasting wordt geheven. Is het werkelijke rendement veel lager, dan kan worden gekozen voor belasting over het werkelijke rendement van het gehele box 3-vermogen. Vanaf 2028 wil de wetgever overstappen op het belasten van het daadwerkelijke rendement, met een aparte regeling voor verhuurd vastgoed.

Hoe wordt de vakantiewoning belast volgens het huidige stelsel in Box 3?

Een vakantie- of recreatiewoning die niet het hoofdverblijf is, valt in box 3 onder “overige bezittingen”. Dit geldt zowel voor een Nederlands recreatiehuisje als voor een tweede woning in het buitenland. Een Nederlandse vakantiewoning wordt gewaardeerd op de WOZ-waarde per 1 januari van het aangiftejaar; een buitenlandse vakantiewoning op de waarde in het economische verkeer. Het rendement voor de overige bezittingen in box 3 bedraagt 6%, en over deze 6% wordt 36% inkomstenbelasting geheven. Dit wordt het forfaitaire rendement genoemd, dat in de huidige wetgeving van toepassing is. De werkelijk genoten inkomsten worden niet belast, maar daar staat tegenover dat de kosten ook niet aftrekbaar zijn.

Wat als mijn werkelijk rendement veel lager is dan de berekende 6%?

In dat geval mag ervoor worden gekozen om het werkelijk rendement aan te geven, minus de gemaakte kosten. Let wel: u moet dan kiezen voor het werkelijk rendement voor alle bestanddelen in box 3, dus ook voor de rente-inkomsten minus de betaalde rente op schulden in box 3. Ook moet dan het verschil in waarde per 1 januari en 31 december worden meegenomen als rendement. Er moet dus nog wel een rekensom worden gemaakt.

Wat gaat er veranderen?

Met ingang van 2028 wil men de wetgeving voor box 3 veranderen. Uitgangspunt is dat het daadwerkelijk rendement van de vakantiewoning wordt belast: geen forfaitaire berekeningen meer, maar het daadwerkelijk belasten van de inkomsten minus de kosten. Een belangrijke uitzondering is dat de vermogenswinst bij verkoop pas wordt belast op het moment dat de vakantiewoning wordt verkocht.

Maakt het wat uit als ik in 2028 wel of niet huur ontvang?

Ja, dat maakt zeker uit. Er wordt dan onderscheid gemaakt tussen verhuur van 90% of meer en minder dan 90%. Bij verhuur van 90% of meer worden de werkelijke huurinkomsten belast, met daaraan gekoppeld een kostenaftrek. Bij verhuur voor minder dan 90% komt er een forfaitaire vastgoedbijtelling voor het bepalen van het inkomen, tenzij het werkelijke inkomen hoger is. Het op dit moment voorgestelde percentage is 3,35% van de WOZ-waarde.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.