Bij huurkoop van een onderneming wordt de koper pas juridisch eigenaar na betaling van de laatste termijn, maar is hij meteen economisch eigenaar. Fiscaal geldt als hoofdregel dat de verkoper direct moet afrekenen over de meerwaarde, berekend over de contante waarde van de vordering (HR 11 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9655). Alleen als een gerede kans bestaat dat de onderneming door het eigendomsvoorbehoud weer voor rekening van de verkoper komt, mag de vordering tot het ondernemingsvermogen blijven behoren en wordt de winstneming uitgesteld.
Wat is huurkoop van een onderneming?
Huurkoop is een vorm van koop op afbetaling. De koper wordt pas juridisch eigenaar als de laatste termijn is betaald. De huurkoper wordt evenwel onmiddellijk economisch eigenaar. De waardeveranderingen zijn voor zijn rekening. De omstandigheid dat de huurkoper pas juridisch eigenaar wordt bij betaling van de laatste termijn, biedt de verkoper een bepaalde mate van zekerheid. Als de koper nalatig is, kan de huurverkoper de onderneming terugnemen. Een eigendomsvoorbehoud kan overigens ook buiten de sfeer van huurkoop worden toegepast.
Moet er worden afgerekend met de Belastingdienst?
De algemene regel is dat er onmiddellijk met de fiscus moet worden afgerekend over de eventuele meerwaarde, op basis van de contante waarde van de vordering (HR 11 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AW9655). De vordering gaat over naar het privévermogen (box 3). Een eventueel verlies op de vordering vormt een niet-aftrekbaar vermogensverlies. Vanwege het debiteurenrisico is het af te raden voor deze vorm van overdracht te kiezen. Uitgestelde winstneming door middel van verhuur van de onderneming, een cv, of een winstrecht verdienen de voorkeur. Hierop bestaat echter een uitzondering.
Wanneer hoeft er niet direct te worden afgerekend?
De uitzondering werkt als volgt. Als er bij overdracht tegen een vordering met eigendomsvoorbehoud een gerede kans bestaat dat de onderneming ten gevolge van het eigendomsvoorbehoud in de toekomst weer voor rekening van de overdrager wordt gedreven, mag de huurverkoper de vordering tot zijn ondernemingsvermogen rekenen. Dit is bepaald door de Hoge Raad. Deze keuze brengt met zich mee dat de rente belast is als winst uit onderneming en dat afboekingen aftrekbaar zijn. Voor deze wijze van uitstel van winstneming moet de overdrager wel in de positie zijn de onderneming opnieuw te gaan drijven. Als de overdrager door ziekte fysiek of psychisch niet in staat is de onderneming weer te drijven, kan uitgestelde winstrealisatie niet van toepassing zijn. In geval van een substantieel risico kan worden getracht met de fiscus af te spreken dat de vordering ondernemingsvermogen blijft.
Hoe is deze uitzondering te onderbouwen?
De algemene regel van goed koopmansgebruik is winstneming op het moment van de obligatoire overeenkomst/levering. Dit geldt ook bij de verkoop van een onderneming (activa/passivatransactie). Van deze regel kan worden afgeweken bij wezenlijke onzekerheden met betrekking tot de tegenprestatie. Daarvan is sprake bij een redelijke kans dat de koper zich met succes zal gaan beroepen op zijn recht de transactie terug te draaien. Indien als gevolg van de door de verkoper afgegeven garanties het hoogst onzeker is of, en zo ja in hoeverre, de koopsom zal worden ontvangen.
Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.