voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Hoe werkt de bijtelling voor een fiets van de zaak in 2026?

Een fiets van de zaak die ook privé gebruikt mag worden, levert in 2026 standaard een bijtelling op van 7% van de consumentenadviesprijs per jaar. Dit geldt óók als er daarnaast een auto van de zaak is; de regelingen staan volledig los van elkaar. Gebruik je je eigen fiets voor zakelijke of woon‑werkritten, dan kan de werkgever onbelast maximaal € 0,23 per kilometer vergoeden, mits aangewezen als gerichte vrijstelling binnen de WKR. Onder voorwaarden (met name: niet of slechts incidenteel thuis gestald én uitsluitend gebruik voor woon‑werkverkeer) hoeft vanaf 2026 geen bijtelling meer te worden toegepast.

Dit artikel ziet op de wet- en regelgeving zoals die geldt per 1 januari 2026.

Wat is het onderscheid zakelijk en privégebruik?

Zakelijk gebruik is gericht op woon‑werkverkeer en overige dienstreizen; privégebruik is al het andere gebruik.
Belangrijk in de huidige praktijk:

  • Als de fiets voor woon‑werkverkeer ter beschikking staat, wordt dit fiscaal in beginsel als privégebruik aangemerkt, waardoor de 7%-bijtelling geldt.
  • De bijtelling is forfaitair: feitelijke kilometers of het werkelijke aandeel privé hoeven niet te worden bijgehouden.

De werkgever kan er wel voor kiezen de bijtelling als eindheffingsloon onder de WKR te brengen, zodat de werknemer netto niets merkt (mits er voldoende vrije ruimte is).​

Hoe hoog is de bijtelling voor privégebruik?

De bijtelling voor een fiets van de zaak bedraagt sinds 1 januari 2020 7% van de consumentenadviesprijs per kalenderjaar.

Kernpunten:
  • Grondslag is de consumentenadviesprijs (inclusief btw, inclusief mee‑geadviseerde accessoires).
  • Het percentage is in 2026 nog steeds 7%.
  • De uitkomst telt als loon in natura en wordt belast in de inkomstenbelasting/loonheffing.

Voorbeeld: fiets met adviesprijs € 2.500 → bijtelling 7% = € 175 per jaar; bij 37% IB circa € 65 netto.

Maakt het uit als ik ook een auto van de zaak heb?

Nee, de fietsregeling staat los van de autoregeling.

Belangrijk:
  • Je kunt tegelijk een auto van de zaak (met eigen bijtelling) en een fiets van de zaak (7%) hebben.
  • Er vindt geen onderlinge verrekening of beperking plaats; beide bijtellingen worden afzonderlijk berekend en bij het loon geteld.

Dit maakt de fiets interessant als aanvullend mobiliteitsmiddel naast de auto van de zaak.

Wat als ik mijn eigen fiets gebruik?

Gebruik je je eigen fiets voor zakelijke ritten en/of woon‑werkverkeer, dan mag de werkgever in 2026 maximaal € 0,23 per kilometer onbelast vergoeden.

Let op voor de praktijk:
  • Deze vergoeding moet worden aangewezen als gerichte vrijstelling binnen de WKR (reiskostenvergoeding).​
  • De vergoeding kan lager zijn (beleidskeuze werkgever), maar niet hoger dan € 0,23 per km zonder fiscale bijtelling; over het meerdere is loonbelasting verschuldigd.

Dit maximum geldt voor alle vervoermiddelen, dus ook voor de fiets.

Wanneer geldt géén bijtelling voor privégebruik?

Vanaf 1 januari 2026 geldt een expliciete uitzondering waardoor de bijtelling nihil kan blijven in bepaalde situaties.

Er is dan geen bijtelling als:

  • de fiets van de zaak niet of slechts incidenteel (maximaal 10% van de tijd) bij het woon‑ of verblijfadres van de werknemer wordt gestald; en
  • de fiets in die periode niet privé ter beschikking staat en uitsluitend wordt gebruikt voor (een deel van) het woon‑werkverkeer.

Deze uitzondering geldt inmiddels niet alleen voor deel- en OV‑fietsen, maar voor alle fietsen die aan bovenstaande voorwaarden voldoen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 (teruggaaf mogelijk als eerder ten onrechte bijtelling is toegepast, mits aannemelijk te maken).

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.