Een niet-opeisbare vordering uit de nalatenschap van uw vader op uw moeder, de langstlevende ouder, hoeft u niet aan te geven als vermogen in box 3 zolang deze vordering niet opeisbaar is. Uw moeder trekt de schuld ook niet af in box 3. Dit heet defiscalisering: de hele nalatenschap wordt toegerekend aan de langstlevende ouder tot het moment dat uw vordering opeisbaar wordt. Kinderen betalen wel erfbelasting over hun vordering bij overlijden van de eerste ouder, maar daarna speelt die vordering niet meer mee in hun box-3-positie totdat zij deze daadwerkelijk kunnen opeisen.
Wanneer verandert dit?
De vordering wordt pas onderdeel van uw box-3-vermogen zodra deze opeisbaar wordt, bijvoorbeeld bij overlijden van uw moeder of op een in het testament vastgelegd moment. Als de langstlevende kort voor een peildatum overlijdt en de nalatenschap nog niet is verdeeld, moeten erfgenamen hun vordering en eventuele corresponderende schulden wel in box 3 verwerken.
Hoe verwerk je de vordering fiscaal?
- Zolang de vordering niet opeisbaar is: geen vermelding in box 3, geen aftrek voor uw moeder.
- Zodra opeisbaar: aangeven als “overige bezitting” in box 3. Het fictieve rendement in 2026 is 7,78% over het bedrag van de vordering.
Welke rente geldt?
- Bij wettelijke verdeling zonder testamentaire renteclausule: de vordering is standaard renteloos, tenzij de wettelijke rente boven 6% komt en aan de voorwaarden voor verzuim is voldaan (in de praktijk vaak geen rente verschuldigd).
- Testamentair kan een renteclausule worden opgenomen (bijvoorbeeld 4–6% samengesteld). De Belastingdienst accepteert doorgaans maximaal 6% samengestelde rente zonder discussie, mits tijdig en duidelijk vastgelegd. Hogere rente kan als extra schenking worden gezien, met risico op correcties in de erf- of schenkbelasting.
In de praktijk voorkomt deze systematiek dubbele belastingheffing en zorgt zij ervoor dat zowel erfgenamen als langstlevende ouder pas worden belast wanneer de vordering daadwerkelijk tot hun vermogen behoort.
Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.