voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Blijft de gebruikelijkloonregeling in 2026 ongewijzigd?

Er is door het Ministerie nader onderzoek gedaan naar de toepassing van de gebruikelijkloonnregeling. De uitkomst is geweest dat de regeling als doelmatig is beoordeeld omdat er geen beleidsalternatieven zijn gevonden die potentieel doelmatiger worden geacht.

Wat is het doel van de gebruikelijkloonregeling?

In 2026 geldt voor directeur-grootaandeelhouders (dga’s) het gebruikelijk loon van minimaal € 58.000. De regeling zorgt ervoor dat een dga die arbeid verricht voor zijn eigen bv belasting betaalt in box 1 over een zakelijk loon, net zoals werknemers in vergelijkbare functies. Zo wordt voorkomen dat dga’s hun inkomen kunstmatig laag houden om belastingheffing of premiebetaling uit te stellen.

De gebruikelijkloonregeling, ingevoerd in 1997, wil waarborgen dat een dga een redelijk arbeidsinkomen geniet.
Belangrijke doelen zijn:

  • Voorkomen van oneigenlijk gebruik van inkomensafhankelijke regelingen.
  • Voorkomen dat belastingheffing wordt uitgesteld door lage of uitgestelde loonopnames.
  • Gelijkstelling met werknemers in vergelijkbare dienstbetrekkingen via loonheffing in box 1.

De arbeidsverhouding tussen dga en bv geldt fiscaal als een fictieve dienstbetrekking; daarvoor moet een gebruikelijk loon worden toegepast dat zakelijk overeenkomt met vergelijkbare functies.

Welke voorwaarden gelden er voor het gebruikelijkloonregeling?

Op basis van artikel 12a Wet LB 1964 geldt dat het gebruikelijk loon minimaal het hoogste bedrag is van:

  • Het loon uit een vergelijkbare dienstbetrekking.
  • Het hoogste loon van werknemers binnen de bv of gelieerde vennootschappen.
  • Het normbedrag van € 58.000 (stand 2026).

Wat zijn de belangrijkste onderzoeksuitkomsten?

Het Ministerie van Financiën heeft de doelmatigheid van de regeling beoordeeld en concludeert dat deze nog steeds effectief is.
Belangrijkste bevindingen:

  • Er ontbreekt betrouwbare informatie over lonen in vergelijkbare functies.
  • De Belastingdienst handhaaft de regeling niet zeer strikt.
  • Dga’s met lagere inkomens nemen vaak een te laag loon in aanmerking.
  • Veel dga’s blijven rond het normbedrag hangen.
  • De afschaffing van de doelmatigheidsmarge leidde nauwelijks tot hogere lonen.

Wat is de conclusie van het onderzoek?

Er zijn weinig aanknopingspunten voor een verhoging van het normbedrag of voor differentiatie naar loonsomhoogte. Beide beleidsopties zouden de doelmatigheid juist verminderen.
Het kabinet heeft daarom besloten de regeling ongewijzigd te handhaven: het gebruikelijk loon blijft in 2026 zoals het nu is.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.