voor vermogende particulieren, bedrijven & DGA’s en ondernemers

Wat is de bijtelling voor privégebruik van de auto (2026)?

Bijtelling voor privégebruik geldt als een werknemer of ondernemer een personenauto of bestelauto ter beschikking heeft en daar meer dan 500 km per jaar privé mee rijdt. In 2026 wordt dan in de loon- of inkomstenbelasting een forfaitair percentage (in de basis 22%) van de cataloguswaarde als voordeel privégebruik bij het loon of de winst geteld. De regeling ziet primair op personenauto’s en bestelauto’s; vrachtwagens en andere vervoermiddelen hebben eigen (afwijkende) regels. Dit artikel gaat uit van Nederlandse wet- en regelgeving zoals die in 2026 geldt.

Wat is de kern van de bijtellingsregeling?

De bijtelling geldt alleen als:

  • De auto (personenauto of bestelauto) aan werknemer of ondernemer ter beschikking staat.
  • Er op jaarbasis meer dan 500 km privé wordt gereden.
  • Het voordeel forfaitair wordt bepaald: in de basis 22% van de cataloguswaarde.

Rijdt iemand niet meer dan 500 km privé, dan kan de bijtelling achterwege blijven, mits dat overtuigend wordt aangetoond (bijvoorbeeld met een sluitende rittenregistratie en een passende verklaring). De bijtelling wordt vervolgens belast als loon in natura (loonbelasting) of als extra winst/inkomen (inkomstenbelasting).

Wat valt er wel en niet onder de bijtellingsregeling?

Onder de specifieke bijtellingsregeling privégebruik auto vallen:

  • Personenauto’s die aan werknemer of ondernemer ter beschikking zijn gesteld.
  • Bestelauto’s die als auto van de zaak ter beschikking staan.

Niet onder deze specifieke bijtellingsregeling vallen:

  • Vrachtwagens; hiervoor geldt een andere benadering dan de standaard bijtelling voor personenauto’s.
  • Andere bedrijfsmiddelen dan personen- of bestelauto’s; die kennen eigen regels voor privégebruik.
  • Overige vervoermiddelen met een eigen forfait:
    • Fiets van de zaak (eigen forfaitaire regeling voor privégebruik).
    • Andere vormen van zakelijk vervoer met specifieke waarderings- of correctieregels.

Belangrijk is dus steeds eerst te bepalen: is er sprake van een personenauto of bestelauto die “ter beschikking is gesteld”, en is er daadwerkelijk privégebruik van meer dan 500 km per jaar? Alleen dan geldt de standaardbijtelling.

Waar staat gedefinieerd wat een personenauto of bestelauto is?

Voor de kwalificatie als personenauto of bestelauto sluit de loon- en inkomstenbelasting aan bij:

  • De Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM 1992).

In artikel 3 Wet BPM 1992 staat omschreven wat onder een personenauto wordt verstaan: een motorrijtuig op drie of meer wielen, met daarbij een reeks expliciete uitzonderingen. Denk daarbij onder andere aan:

  • Autobussen.
  • Motorrijtuigen die niet zijn ingericht voor het vervoer van personen.
  • Specifieke categorieën bestelauto’s die aan strikte technische en inrichtingseisen voldoen.

Voor bestelauto’s die van de personenautodefinitie zijn uitgezonderd, gelden dus nauwkeurig omschreven voorwaarden in hetzelfde artikel. In de dagelijkse adviespraktijk is het daarom cruciaal om de feitelijke inrichting en registratie van het voertuig langs de definitie van artikel 3 Wet BPM 1992 te leggen, voordat de bijtellingsregeling wordt toegepast.

Noot: Het antwoord is gebaseerd op de bij ons bekende wetgeving en jurisprudentie per de hierboven aangegeven datum.